|
Roland Bolmers is in 1966 in Uden geboren. Op 20 jarige leeftijd wint hij een kistje met olieverf en andere schildersbenodigdheden en maakt hij zijn eerste schilderijtje ('lisette/ hummel'). Vanaf die tijd ontwikkelt hij zich verder, hoofdzakelijk autodidactisch. Tijdens zijn opleiding tot architect aan de Technische Universiteit in Eindhoven (1986-1992) leert hij o.a. (bouw)technisch tekenen maar groeit ook de interesse voor kunstgeschiedenis - met name voor de periode van de art nouveau/ jugendstil.
olieverf - De schilderingen in olieverf zijn zeer verfijnd en geheel opgezet volgens de traditie van de oude meesters: een schets, vervolgens een eerste laag in omber, een toonschets, een grisaille en vervolgens de eerste laag in olieverf. Als alle lagen olieverf zijn aangebracht, volgen nog een glacislaag en wordt het schilderij gepatineerd. Uiteindelijk bestaat een schildering daardoor uit minimaal 5 lagen voordat het wordt afgesloten met een (eind)vernis. De stillevens zijn klassiek-realistische voorstellingen van min of meer alledaagse voorwerpen die expressief worden aangelicht waardoor ze scherp aftekenen tegen de achtergrond (‘lossen’) of hier welhaast onmerkbaar in opgaan (‘lekken’). Hoewel de stillevens getuigen van traditioneel en artistiek vakmanschap, zijn het met name studies naar een perfecte stofuitdrukking, de dramatische werking van het licht en het opdoen van materiaalkennis.
Het magisch realistische werk is aanmerkelijk groter van formaat, maar eveneens geheel volgens klassieke traditie opgezet en uitgewerkt. Het zijn droombeelden - verstild en betekenisvol. Voorstellingen waaruit een sterke fascinatie spreekt voor esthetiek en schoonheid - van architectuur, natuur en vreemde dieren.
Wat de stillevens en het magisch realistische werk met elkaar verbindt, is de dramatische ondertoon die uit alle werken spreekt. Bij de stillevens is dat de lichtval en de kleurstelling maar ook de aanwezigheid van dode dieren en het gebruik van voorwerpen uit het verleden – met name de jugendstilperiode. In het magisch realistische werk gaat het om dreigende luchten als in het werk van Carel Willinck, om ruines en ongewone dieren. Bokken die zich verdrinken in zee, uit het water oprijzende kastelen, ruines van beschavingen uit het verleden - in het werk van Roland Bolmers liggen vergankelijkheid en schoonheid dicht bij elkaar.
|
|
---
|